Afvalbeheer bij de Oude Romeinen

Afval bestaat al even lang als de mens. Misschien zelfs langer. Ook in de klassieke oudheid, bij de oude Grieken en Romeinen, was er afval. Dat moest natuurlijk verwerkt worden, maar dat ging toch op een andere manier dan nu. Men had er geen rolcontainers om wekelijks buiten te zetten en van vrachtwagens was nog lang geen sprake.

Afval bij de Romeinen

Afval in de klassieke oudheid bestond voornamelijk uit twee grote afvalfracties. Enerzijds was er organisch afval. Vaak bestond deze fractie uit voedselresten. Botten van dieren, olijvenpitten en keukenafval, bijvoorbeeld. Anderzijds was er ‘vast’ afval, zoals gebroken aardewerk, glas of porselein.

De Romeinen maakten echter geen onderscheid tussen deze afvalfracties. Afval was afval en van sorteren was geen sprake. Een soort van afvalbeheer was er wel. Geen afvalophaling, maar instanties legden wel enkele regels omtrent afval op aan de Romeinen. Er waren bovendien ook enkele afvalbelten waar het afval verzameld werd.

“Let op met afval dat uit de lucht valt”

Zo waren er, vooral in rijkere buurten, verboden op het naar buiten gooien van afval. De oude Romeinen gooiden hun afval immers gewoon door de vensters naar buiten. Dit gebeurde vooral ’s nachts. Het afval belandde op de straat, waar het bleef liggen of waar het meegenomen werd door ratten of mensen die individueel de afvalproblematiek wilden aanpakken.

De regels van de overheden om geen afval uit het raam te werpen waren niet bedoeld om iets aan het klimaat of de vervuilde rivieren te doen. Wel voor het aanzien van de stad en vooral ook voor de veiligheid van de mensen die ’s avonds en ’s nachts nog over straat liepen.

Zo gebeurde het wel eens dat wandelaars gewond raakten omdat ze een stuk aardewerk op hun hoofd kregen. Geschiedkundigen vonden een oude tekst over dit probleem in het Romeinse Rijk:

“Elk open bovenste raam 's Nachts langs je route kan een dodelijke val blijken te zijn: dus bid en hoop (arme jij!) dat de plaatselijke huisvrouwen niets ergers op je hoofd laten vallen dan een emmer met slijk.”

Leven met afval

De Romeinen waren dus niet zozeer van plan grote inspanningen te doen om het klimaat gezond te houden (hoewel onderzoekers vaststelden dat het Byzantijnse Rijk last ondervond van klimaatverandering).

De Romeinen pasten zich zelfs aan aan het afval op straat. Zo werden er in bepaalde steden iets als verhoogde zebrapaden gebouwd om de met afval bezaaide straat te kunnen oversteken. Sommige steden zullen er dus uitgezien hebben als Venetië, maar dan met afval als water.

Rivieren werden ook vaak ‘grondig’ gereinigd. Afval kwam via de straat in het rioleringsnetwerk en in de rivieren, wat voor vervuiling van het drinkwater zorgde.

De eerste vormen van afvalophaling

In sommige gebieden van het Romeinse Rijk ontstond er uiteindelijk wel een soort afvalophalingsdienst. Groepen mensen gingen bij mensen thuis langs en namen het opgeslagen afval mee. Dit afval verkochten ze met winst aan de boeren uit de regio.

Sindsdien groeide de wereldbevolking alleen maar, en daarmee ook het belang van afvalbeheer. Met het groter worden van steden werd afvalophaling beter en efficiënter. Van het aanleggen van vuilnisbelten tot het uitwerken van thuisophaling en recycling.

Ook vandaag zijn we nog niet op de eindbestemming van het afvalbeheer. Afvalbeheer moet zich immers constant mee evolueren met technologische en menselijke evoluties.